Niet slechts een “lokaal geschil”: uitgelekte documenten bevestigen de rol van de overheid in onderdrukking en geweld

Op 27 september viel een menigte het Bat Nja klooster in Vietnam binnen met ondermeer veiligheidspersoneel van de overheid. Hierbij zijn 379 monniken en nonnen met geweld uit het klooster verdreven. Zij zijn allen volgelingen van de beroemde boeddhistische leraar en zenmeester Thich Nhat Hanh.

De kloosterlingen zijn uit hun woonplaats gesleept, geslagen, beledigd en seksueel geïntimideerd; ramen en deuren zijn ingegooid, de gebouwen vernield en alle computers en controleapparatuur systematisch vernietigd. Twee monniken zijn zonder aanklacht gearresteerd, hun verblijfplaats is nog steeds onbekend. (november ‘09: Eén verblijft nu in een klooster in Hanoi onder politietoezicht met huisarrest)

De 379 gevluchte kloosterlingen van Bat Nja verkeren nu voor de derde week in onzekerheid over hun verblijf in Phuoc Hue tempel in Bao Loc, 15 kilometer van hun thuis. Ze staan onder strikte controle van en worden 24 uur per dag bewaakt door de religieuze politie die in hun midden is gestationeerd. Maar ze blijven weerstand bieden aan de onophoudelijke – en illegale – pogingen van de regering om hun gemeenschap uiteen te drijven.

Op 10 oktober heeft de Amerikaanse ambassadeur in Vietnam een onderzoekscommissie naar de regio gestuurd. In de Phuoc Hue tempel lieten zij zich niet misleiden door de plotselinge afwezigheid van de geheime politie, die voor die gelegenheid naar het naastgelegen hotel was verhuisd. Noch lieten zij zich op de lege Bat Nja campus voor de gek houden door de regering, die een feestelijke maaltijd aanbood, en door de nieuwe deuren, de vervangen ramen en de nieuw aangebrachte verf.

Op woensdag 14 oktober verklaarde de ambassade dat “het falen van de regering om de monniken en nonnen te beschermen tegen geweldpleging in tegenspraak is met het onderschrijven van de internationaal aanvaarde normen op het gebied van mensenrechten en de rechtsstaat door Vietnam.” Ook de ambassade van het Verenigd Koninkrijk eist deze week een ontmoeting met de regering.

Ondertussen voelen bekende burgers in Vietnam zich beschaamd door het geweld, de minachting voor de rechtsstaat en het gebrek aan transparantie van de overheid. Zij durven zich in steeds grotere getale uit te spreken. Op 5 oktober publiceerden zij een open brief via RFI, VOA en BBC (daar de eigen pers in Vietnam in een wurggreep wordt gehouden). Hierin veroordelen zij het geweld en het falen van de regering om de jonge monniken en nonnen (”de toekomst van het land”) te beschermen. Deze petitie werd geïnitieerd door schrijvers, wetenschappers en hoge leden van de communistische partij. Het begon met 68 grote namen en deze week is het aantal gestegen tot 300.

Het is opmerkelijk dat in dezelfde week waarin negen mensen zijn opgesloten als ‘dissidenten’’, zoveel publieke persoonlijkheden het hebben aangedurfd om hun verontwaardiging uit te spreken.

Op 7 oktober verbrak de regering van Vietnam het stilzwijgen over de aanvallen. Zij koos ervoor om hierover te publiceren in het zeer goed verkopende jongerentijdschrift Thanh Nien, een van de grootste tijdschriften in Vietnam. Dit toont de angst van de regering aan voor de populariteit van het Bat Nja klooster onder goed opgeleide jongeren.

Geen geweld?!

In haar verklaring beweert de regering schaamteloos dat meldingen van geweld op 27 september “volstrekt bezijden de waarheid” zijn, en dat “de politie beslist geen kloosterlingen van Bat Nja heeft gearresteerd of geslagen.”

Toch

  • is het geweld bevestigd, zowel in het verslag van de officieel gevestigde Boeddhistische Kerk van Vietnam over de gebeurtenissen van 27 september (doc. no.418/VT/BTS, 6 oktober ‘09), als in de open brief van bekende burgers en de Amerikaanse ambassade.
  • zijn ambtenaren en lokale politieagenten geïdentificeerd en bij name genoemd door getuigen als aanwezigen bij de gebeurtenissen, waarbij zij aanwijzingen gaven en deelnamen aan de aanvallen.
  • zijn de twee oudste broeders, Pháp Hoi en Pháp Sy, zonder aanklacht in hechtenis genomen en wordt een derde broeder, Pháp Tu, nog steeds vermist. De kloosterlingen van Bat Nja verzoeken de regering om te helpen hen te vinden.

De oorzaak van de verontwaardiging in Vietnam en het groeiende aantal verzoeken is dat de regering zelfs bij een dergelijk geweld helemaal niet ingrijpt om de veiligheid en de fundamentele rechten van haar eigen burgers te beschermen.

Intern geschil of hardhandig optreden van de regering?

De overheid stelt dat de gedwongen ontruiming slechts “een intern geschil” was, dat is ontstaan nadat de abt van het Bat Nja klooster, de Eerwaarde Duc Nghi, “van gedachten veranderde” over zijn steun aan de jonge monniken en nonnen.

Maar als het slechts een intern geschil is, waarom heeft de regering dan

  • op 17 september al haar Nationale Frontorganisaties gemobiliseerd met als bevel om “met alle middelen” de monniken en nonnen uit Bat Nja te verwijderen? (Uitgelekt memo No.789/UBND)
  • in juli 2009 de vraag genegeerd van hoge monniken van de Boeddhistische Kerk om langs de normale wettelijke kanalen degenen te vervolgen die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige aanslagen die eind juni plaatsvonden?
  • sinds oktober 2008 de verblijfsvergunningen niet meer vernieuwd, ondanks het feit dat naar behoren aan al het papierwerk is voldaan, en ondanks het feit dat de monniken en nonnen volledig worden gesteund door de Boeddhistische Kerk van Vietnam?

En waarom blijft de regering nu

  • eisen dat de monniken en nonnen uiteen gaan? In het rapport van 6 oktober is volgens de Boeddhistische Kerk van Vietnam deze eis in strijd met de Vietnamese wet, die hun recht erkent om samen te oefenen. De wens om de groep zelfs vanuit de Phuoc Hue tempel uiteen te drijven (waar ze van harte welkom en beschermd zijn) bewijst dat de groep zelf kennelijk het probleem is, en niet hun aanwezigheid in het Bat Nja klooster. Dit is een expliciete aanval van de regering op hun fundamentele recht om hun religie als gemeenschap te beoefenen.
  • de aanbevelingen van 6 oktober van de Boeddhistische Kerk van Vietnam naast zich neerleggen? De Boeddhistische Kerk bevestigt dat er geweld is uitgeoefend, stelt dat de kloosterlingen van Bat Nja het recht hebben op hun beoefening en dat zij juridisch gelegitimeerd zijn om dit te doen, en roept de regering op om een plek voor hen te helpen vinden waar zij veilig en gezamenlijk kunnen beoefenen.

Bovendien

  • heeft de Eerbiedwaardige Duc Nghi in twee verschillende (op band opgenomen) verklaringen gesteld, vanwege extreme druk door de centrale overheid, om de kloosterlingen die oefenen volgens de traditie van Plum Village.te verdrijven
  • onthult de interne memo van de regering op 29 oktober 2008 (doc. no.1329/TGCP-PG) dat het beleid van de centrale overheid erop gericht was om de kloosterlingen van Bat Nja die de traditie van Plum Village volgen, te verdrijven. Dit als direct gevolg van de grieven van de overheid tegen de Plum Village gemeenschap in Frankrijk. In dit document wordt Thich Nhat Hanh onder meer veroordeeld voor de publicatie van zijn aanbeveling, die hij daarvóór privé aan de president van Vietnam had gedaan, dat Vietnam haar religieuze politie ontbindt en haar controle op de religie stopzet. Thich Nhat Hanh verzocht om:
    ” Alstublieft religie los zien van de politiek en de politiek los van religieuze zaken.
    Houd alstublieft op met alle toezicht op religieuze activiteiten door de overheid, ontbind
    het regeringsdepartement voor Religieuze Zaken, maar vooral: ontbind de religieuze politie.
    Alle religieuze gemeenschappen moeten vrij zijn in overeenstemming met de huidige wet-
    en regelgeving, net als alle culturele, commerciële, industriële en sociale verenigingen.”
    Na deze “onrechtmatige schending van gouvernementele geheimhouding betreffende bepaalde aangelegenheden van het land” stelt de memo dat de verblijfsdocumenten van de kloosterlingen niet langer bekrachtigd dienen te worden, zodat zij “niet langer een campus hebben met de vereiste wettelijke status voor verblijf en zij het Bat Nja klooster moeten verlaten.”

Monniken en nonnen illegaal verklaard op willekeurige wijze

De regering beweert dat de kloosterlingen van Bat Nja geen tijdelijke verblijfsvergunningen hebben aangevraagd en op een zodanige wijze hun religie beoefenen dat zij “in strijd handelen met de regelgeving inzake administratieve procedures in Vietnam en de regels en het handvest van de Boeddhistische Sangha van Vietnam”.

Deze vermeende onrechtmatigheid is een handige fictie, gecreëerd door de overheid.

Deze monniken en nonnen, allen geboren en getogen Vietnamese burgers, beoefenen al vier jaar hun religie op vreedzame wijze te midden van publieke belangstelling. Ze waren legaal toen ze namens de eerwaarde Thich Nhat Hanh werden gewijd door de abt, legaal toen ze een miljoen dollar aan investeringen in de gebouwen en grond van Bat Nja aantrokken, en legaal toen ze trots door de overheid werden geparadeerd voor duizenden toeschouwers op de internationale UNESCO Wesak viering in 2007. Als ze nu niet legaal zouden zijn is het eenvoudigweg omdat de communistische regering op willekeurige wijze heeft besloten dat ze niet legaal zijn.

Geautoriseerd om hun religie te beoefenen

Documenten bewijzen dat de kloosterlingen van Bat Nja tot 2010 gerechtigd zijn om het boeddhisme te beoefenen volgens de leer van Plum Village (doc. No.525/TGCP-PG van de centrale overheid en No.212/CV/HDTS van de door de regering geïnstalleerde Boeddhistische Kerk van Vietnam).

Legaal verblijf in het Bat Nja klooster

Documenten bewijzen dat de kloosterlingen volgens alle criteria legaal verbleven in Bat Nja  (No.188/BTS van de Boeddhistische Kerk van Vietnam). NB: het Bat Nja klooster is niet het eigendom van de abt zelf (monniken hebben geen eigen bezit), maar van de Boeddhistische Kerk van Vietnam.

Dit document 188/BTS is de sterkst mogelijke steunbetuiging door de uiteindelijke eigenaar van het Bat Nja klooster, de door de staat erkende Boeddhistische Kerk van Vietnam.

Burgers van Bao Loc gechanteerd

Burgers in de stad Bao Loc zijn door de overheid gechanteerd om een petitie tegen de kloosterlingen van Bat Nha te ondertekenen:

In de afgelopen dagen kwamen een voor een huilende en verdrietige stedelingen bij de Phuoc Hue tempel. Ze zijn straatverkopers op de vrije markt in Bao Loc en ze legden de abt uit dat de regering ze had gechanteerd om een petitie te ondertekenen dat de kloosterlingen van Bat Nha de Phuoc Hue tempel moeten verlaten. Ze verontschuldigden zich en zeiden dat ze niet wilden tekenen. Maar de vertegenwoordigers van de overheid hadden gedreigd om achterstallige belastingen te zullen invorderen. De schulden bedroegen slechts tientallen dollars, maar velen van hen kunnen in hun armoede dit bedrag niet betalen.

Wij gaan ervan uit dat deze petitie door de overheid zal worden gebruikt als ‘bewijs’ om de uitzetting van de kloosterlingen te ondersteunen.

Onderdrukking door regering in drie verschillende provincies

De regering onderdrukt in drie verschillende provincies hoge monniken die trachten onderdak en bescherming te bieden aan monniken en nonnen van Bat Nja.

Het vervolgen van de Bat Nja monniken en nonnen door de regering blijft toenemen. Treiteringen, bedreigingen en bewaking worden meer en meer doelgericht Niet alleen de gevluchte Bat Nja-kloosterlingen in de Phuoc Hue tempel worden vervolgd (en zij die hen daar steunen – de abt en lekenvolgelingen), maar iedereen die waar dan ook onderdak en bescherming biedt aan de kloosterlingen van Bat Nja.

Het is nu duidelijk dat het probleem niet is waar ze zijn – maar wie ze zijn, als beoefenaars van maatschappelijk betrokken boeddhisme in de traditie van Plum Village. In propaganda van de regering wordt deze gemeenschap voorgesteld als demon, en politieautoriteiten in heel het land plaatsten hen op de zwarte lijst.

De regering heeft sinds hun gewelddadige verdrijving uit hun eigen klooster steeds beweerd dat de Bat Nja monniken en nonnen niet de vereiste verblijfsvergunningen hebben. Voor de vergunningen waren zij echter wel gerechtigd, maar overheidsfunctionarissen weigerden deze aan hen te verstrekken. Toch eist de politie in het Cam Ranh district nu zelfs dat Bat Nja kloosterlingen die ingezetenen zijn van deze provincie de tempel, waar ze zich hebben verschuilt, verlaten.

In toenemende mate onthult de overheid haar werkelijke bedoelingen: met name de kloosterlingen van Bat Nja vervolgen, om hen te verhinderen naar welke tempel dan ook te gaan en waar dan ook gezamenlijk te oefenen.

Politie bedreigt Eerwaarde abt Giac Vien in Cam Ranh

Eerwaarde Giac Vien, abt van Tu Duc tempel in het dorp Cam Hiep in het Cam Ranh district van de provincie Khanh Hoa, wordt sinds de derde week van november door de politie vervolgd. Hij heeft toevlucht verstrekt aan 21 nonnen en 7 monniken uit Bat Nja die naar zijn tempel kwamen om te ontkomen aan de strenge bewaking en kwellingen waaraan zij waren onderworpen in Phuoc Hue tempel. De politie doorzocht, treiterde en bedreigde de abt en de kloosterlingen in de tempel bijna dagelijks en eiste dat alle Bat Nja kloosterlingen zouden vertrekken. Zij dagvaardden de abt meerdere malen op het politiebureau voor lange verhoren. De politie eist zelfs dat degenen die al een verblijfsvergunning in de provincie Khanh Hoa hebben, maar ‘Bat Nja kloosterlingen’ zijn, zijn tempel verlaten.

Politie dreigt bij Tu Hiêu tempel in Hue

In Tu Hiêu Tempel in Hue (de “basistempel” van de lijn waaruit Plum Village traditie afstamt) zijn enkele tientallen kloosterlingen van de Bat Nja gemeenschap. Sommigen zijn daar meer dan een jaar – nog veel meer hebben daar bescherming gezocht sinds het geweld in juni en de verdrijving in september. In november zijn de bewaking en het treiteren bij Tu Hiêu Tempel dramatisch toegenomen. In de derde week van november is de politie met een nieuwe eis gekomen: alle Bat Nja monniken en nonnen moeten vertrekken, ze kunnen echter nergens heen*.

Op 21 november zijn 22 aspiranten van de Bat Nja gemeenschap gewijd in Tu Hiêu Tempel. Direct na de wijding kwam de politie naar de tempel, woedend dat de ceremonie had plaatsgevonden. Een oudere broeder legde uit dat wijdingen een interne aangelegenheid van de tempel zijn en niets te maken hebben met de politie.

Politie bedreigt Eerwaarde abt Minh Nghia in Saigon Een hoge monnik in de regio Saigon, Eerwaarde Minh Nghia, is te hulp geschoten en bood aan om 192 kloosterlingen uit Bat Nja (die nog steeds tijdelijke schuilen in Phuoc Hue tempel in Bao Loc) te huisvesten in zijn Gian Nguyen tempel in de buurt van Saigon. Dit voorstel is op 9 november schriftelijk bevestigd door het nationale bureau van de Boeddhistische Kerk van Vietnam. Het zou goedgekeurd moeten worden door het Regeringscomité voor Religieuze Zaken alvorens het rechtsgeldig is. De regering heeft niet gereageerd op dit verzoek, en blijft toch bij de eis dat de Bat Nja kloosterlingen uiterlijk 30 november Phuoc Hue tempel verlaten.                           En op 19 november werd Eerwaarde Minh Nghia gedagvaard door de plaatselijke politie, die hem bedreigde en hem verbood – zonder juridische gronden – om de Bat Nja kloosterlingen op te nemen.

* (vert: In Vietnam moet je altijd toestemming vragen om ingeschreven te worden op een bepaalde plek. Ook mag je niet zomaar het land uit, daar moet een visum voor aangevraagd worden. Of je wel of niet toestemming of een visum krijgt hangt af van je verleden, je doel, wie jou sponsort om te gaan enzovoort, een lange procedure en NEE is altijd mogelijk.)

Government clamps down in three different provinces Government clamps down in three different provinces on senior monks trying to offer shelter and protection to Bat Nja monks and nuns

Government persecution of the Bat Nja monks and nuns continues to intensify.  Harassment, threats and surveillance are becoming more and more targeted. It is not just the refugee Bat Nja monks and nuns at Phuoc Hue temple (and those supporting them at Phuoc Hue temple – the abbot, and lay followers) who are being persecuted, but anyone, anywhere who offers shelter and protection to Bat Nja monks and nuns.                                                                               It is now clear that it is not where they are that is the problem – but who they are, as practitioners of engaged Buddhism in the Plum Village tradition. As a community they are being demonised in government propaganda and blacklisted by police authorities across the country.                                                                                                                                                Since their violent expulsion from their home monastery, the government has been trying to claim that the Bat Nja monks and nuns did not have the necessary resident permits. In fact, they were eligible for the permits but government officials refused to issue them. Yet police in Cam Ranh district are now even demanding that Bat Nja monks and nuns resident in that very province leave the temple where they have taken refuge.                                                 Increasingly the government are revealing their fundamental intention: to specifically persecute the Bat Nja monks and nuns, preventing them from going to any temple, from practising todether anywhere.

Police threaten Venerable Abbot Giac Vien in Cam Ranh Ven. Giac Vien, the abbot of Tu Duc Temple, in Cam Hiep Village in Cam Ranh district of Khanh Hoa Province, has come under stiff police persecution in the third week of November. He has given refuge to 21 nuns and 7 monks from Bat Nja, who came to his temple for relief from the extreme surveillance and harassment they were subjected to at Phuoc Hue temple. The police visited, harassed and threatened the abbot and monks and nuns at the temple almost daily, demanding that every Bat Nja monk and nun leave. They summoned the abbot to the police station several times for long interrogations. Police are even demanding that those who already have residence permits in Khanh Hoa Province, but who are ‘Bat Nja monks and nuns’, leave his temple.

Police make threats at Tu Hiêu temple in Hue At Tu Hiêu Temple in Hue (the “root temple” of the lineage from which the Plum Village tradition is descended) there are several dozen monks and nuns from the Bat Nja community. Some have been there more than a year – many more have taken refuge there since the violence in June and expulsion in September. In November surveillance and harassment at Tu Hiêu Temple dramatically increased. In the third week of November police began to make a new demand: that every one of the Bat Nja monks and nuns must leave, but with nowhere to go.                                                                                                                                                                        On 21st Nov. 22 ‘aspirants’ from the Bat Nja community were ordained at Tu Hiêu Temple. Right after the ordination police came to the temple furious that the ceremony had taken place. A senior brother explained that ordinations are an internal temple matter and nothing to do with the police.

Police threaten Venerable Abbot Minh Nghia in Saigon
A senior monk in the Saigon region, Venerable Minh Nghia, has stepped in and made an offer host 192 Bat Nja monks and nuns (still in temporary refuge at Phuoc Hue in Bao Loc town) at his Gian Nguyen Temple near Saigon. The proposal was confirmed in writing on 9 Nov. by the national office of the Buddhist Church of Vietnam. It would need approval by the government’s Committee for Religious Affairs before becoming legally valid. The government has not responded to this request, yet continues to demand the Bat Nja monks and nuns leave Phuoc Hue by the Nov. 30th deadline. And on 19 Nov. Venerable Minh Nghia was summoned by local police, who threatened him, and forbid him – without legal grounds – from taking in Bat Nja monks and nuns.

Demonstratie bij Phuoc Huê tempel

Volgens berichten die we gisteren ontvingen (25/11), is de locale overheid in Bao Loc bezig om mensen in iedere straat van de stad te verzamelen, met de eis dat van iedere straat in de stad 10 mensen het document ondertekenen en deelnemen aan de demonstratie. De mensen aanvaardden dit niet, daarom verminderde de politie het aantal tot 5, daarna tot 3 mensen. Ieder persoon die deelneemt aan de demonstratie zal betaald worden voor de verloren werkdag.

De regering is van plan om een groep mensen vermomd als Boeddhistische volgelingen te organiseren voor een demonstratie bij Phuoc Huê tempel.

De demonstratie heeft als doel om zich te keren tegen de kloosterlingen die in de traditie van Plum Village oefenen en om de Hoogeerwaarde abt van Phuoc Huê uit zijn tempel te verjagen.

Vanochtend werd ons meegedeeld dat een aantal politieagenten in uniform zich al heel vroeg verzamelden voor het hek van Phuoc Huê tempel. Ook op het dak van de tempel zijn een aantal politieagenten.

Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn, zullen we hierover berichten

Menigte bestormt Phuoc Hue Tempel

Op woensdag 9 december heeft een georkestreerde menigte van meer dan 100 mensen een ravage aangericht in de Phuoc Hue tempel in Bao Loc. Ze verstoorden een officiële bijeenkomst met een diplomatieke onderzoeksdelegatie van de Europese Unie en bedreigden de abt.

Op woensdagochtend 9 december, rond kwart voor negen, bestormde een menigte die werd gesteund en geregisseerd door politieagenten in burgerkleding, plotseling de Phuoc Hue tempel in Bao Loc en verstoorde een ontmoeting tussen de abt en diplomatieke vertegenwoordigers van de Europese Unie. De menigte van meer dan 100 mensen, die beweerden lokale boeddhisten te zijn, maar van wie de meerderheid niet werd herkend als lokale burger of boeddhist, brachten de bijeenkomst tot een gedwongen einde. Toen de delegatie weg was, richtte de menigte zich op de abt, die ze aanvielen, bedreigden en aanklaagden. Ze lazen regeringsbesluiten voor waarin staat dat de kloosterlingen van Bat Nha uitgezet moeten worden en ze probeerden de abt te dwingen om een document te ondertekenen waarmee ze uit de tempel verdreven worden. Ze bedreigden hem en zeiden dat als hij de kloosterlingen van Bat Nha niet uiterlijk 15 december weggestuurd heeft, hij “heeft verdiend wat er dan zal gebeuren”.

De aanval komt slechts twee dagen nadat de lokale overheid van Lam Dong een richtlijn heeft afgegeven (document nr. 227 PNV) waarin diverse communistische en boeddhistische organisaties wordt bevolen om zich te mobiliseren en een bevel uit te voeren om de kloosterlingen van Bat Nha te verdrijven uit de Phuoc Hue Tempel en hen vervolgens uiteen te drijven (26 november 2009, document 1185TCGP-PG van de centrale overheid, Comité van Religieuze Zaken).

Op 9 december, rond 7 uur (twee uur voor de geplande aankomst van de EU-delegatie bij de Phuoc Hue tempel) werd een groot aantal politieagenten in burgerkleding in en rond de tempel gestationeerd, en voor de entreepoorten buiten, in het midden en binnen. Ze verhinderden auto’s en voorbijgangers om te stoppen en de lokale bevolking kreeg geen toegang tot de tempel. De heer Lange, het hoofd van de religieuze politie in Bao Loc, werd in burgerkleding gezien en op locatie gefotografeerd op belangrijke tijdstippen gedurende de dag.

Rond kwart voor negen verscheen een drukke menigte van ongeveer 100 mensen. Politieagenten in burger lieten hen de tempel betreden. Ze zwaaiden met boeddhistische vlaggen, maar werden niet herkend als lokale bevolking.

Om negen uur kwam de EU-delegatie aan en toen ze de collegezaal binnengingen, stroomde de menigte achter hen aan naar binnen, waarbij ze elkaar vooruit duwden en vochten om de voorste stoelen. De menigte verstoorde de bijeenkomst door te schreeuwen, te klappen, de aanwezigen te beledigen en door een georkestreerde commotie te veroorzaken. Er was iemand bij die de menigte leidde. Bij één fluitsignaal juichte iedereen, bij twee fluitsignalen zwegen ze. Ze gebruikten megafoons om luide muziek, sirenegeluiden en aanklachten te laten horen. De bijeenkomst moest na een paar minuten worden afgebroken. Volgens een verslag van de Associated Press op 9 december zei Maria Louise Thaning, het hoofd van de diplomatieke delegatie, dat “ze heel boos waren, dus het was niet nuttig om de bijeenkomst voort te zetten”.

Nadat de delegatie was vertrokken, oefende de menigte gerichte druk uit op de 63-jarige abt. Hij werd gedwongen zich terug te trekken in zijn kamer en de deur op slot te doen om zichzelf te beschermen. Een paar lekenvrouwen en monniken gingen voor de deur staan om de doorgang voor de menigte te blokkeren. Maar de menigte drong zich langs hen heen, sloeg op de deur van de kamer van de abt en eiste dat hij hen binnen liet. Ondertussen beoefenden de kloosterlingen van Bat Nha in een rustige omgeving zitmeditatie ter ondersteuning van de abt. De menigte schreeuwde en eiste om hem te zien. Na meer dan een uur te hebben geprobeerd om de deur te forceren was de menigte hier nog steeds niet in geslaagd en zij gingen weg toen het lunchtijd was.

De EU-delegatie kwam rond twee uur terug. Op dat moment beoefenden de monniken en nonnen zitmeditatie, zoals gebruikelijk is op die tijd. De delegatie ging direct naar de kamer van de abt en had een ontmoeting met hem, een van zijn leerlingen, twee monniken en drie nonnen uit het Bat Nha klooster. Tijdens de bijeenkomst begon de menigte terug te keren naar de tempel. Toen de bijeenkomst afgelopen was en de delegatie vertrokken, stroomde de menigte, die zich inmiddels weer had verzameld, de kamer binnen en begon de abt te beledigen, waarbij ze aanklachten uitten en hem bedreigden. Ze beweerden dat de tempel aan hen toebehoorde, dat zij voor de bouw ervan hadden betaald en dat zij niet wilden dat de kloosterlingen van Bat Nha er verbleven. Toch werd niet een van hen door de lokale monniken herkend als een boeddhistisch beoefenaar die tot de Phuoc Hue tempel behoort.

Ze scandeerden regeringsbesluiten en eisten dat hij een document zou ondertekenen dat zij hadden opgesteld, waarin wordt gesteld dat hij voor 15 december de kloosterlingen van Bat Nha zou wegsturen. Dit was het moment waarop ze dreigden dat hij “verdiend” wat er met hem gebeurt als de monniken en nonnen niet voor 15 december vertrekken. De abt weigerde het document te ondertekenen. De vijf kloosterlingen van Bat Nha waren nog steeds aanwezig en ze werden vergezeld door twee jonge nonnen die hun steun aan de abt wilden betuigen. Op een gegeven moment beval een vrouw de menigte om de nonnen “er uit te gooien”. Minstens vier van de nonnen werden bij de taille opgetild en de deur uit gegooid. Een van hen stootte in de chaos haar hoofd. Ze ging buiten de kamer meteen op de betonnen vloer zitten om zitmeditatie te beoefenen.

Noodoproepen naar de lokale politie bleven onbeantwoord, terwijl lokale politieagenten en leden van de religieuze politie die de acties dirigeerden in de menigte werden geïdentificeerd.

Tijdens de aanvallen op de abt beoefenden de meeste monniken en nonnen zitmeditatie in de Boeddhahal op de tweede verdieping, om verdere confrontaties te vermijden. Tegelijkertijd begonnen monniken op de grote trommel te slaan en de grote tempelbel voortdurend te luiden, om de stad te wijzen op hun benarde situatie. De grote trommel en bel worden alleen geluid in geval van belangrijke plechtigheden, sterfgevallen – of noodsituaties. De monniken zongen traditionele gebeden terwijl zij de bel luidden en op de trommel sloegen. Lokale volgelingen in de stad belden de tempel om te zeggen dat ze van de politie en de lokale overheid het bevel hadden gehad om thuis te blijven en niet naar de Phuoc Hue tempel te gaan, en voor degenen die de poort van de tempel wel bereikten werd de toegang geblokkeerd. Tijdens de aanval op de abt arriveerden ambulances die buiten de tempel werden geparkeerd. Dit werd geïnterpreteerd als een daad van intimidatie. Uiteindelijk gingen de aanvallers tegen de tijd voor het avondeten weg.

Elk lid van de menigte zwaaide met een boeddhistische vlag, maar bijna geen van hen droeg het traditionele grijze Au Trang gewaad dat alle Vietnamese lekenboeddhisten dragen als ze naar de tempel gaan. Ook werd gemeld dat velen van hen naar alcohol roken (boeddhisten vermijden alcohol en zouden niet dronken naar de tempel gaan). Zoals de abt zelf verklaarde: “Door op deze manier te handelen en te spreken bewijzen deze mensen al dat ze geen boeddhisten zijn”.

Volgens informatie ontvangen van de burgers van Bao Loc, heeft de lokale politie een aantal dagen lang geprobeerd om mensen te werven voor deze demonstratie, maar had men grote moeite om de lokale bevolking te overtuigen er aan deel te nemen, zelfs na intimidaties. Enkele leden van de menigte werden herkend als lokale politiemannen en -vrouwen of leden van de Veteranenassociatie, maar men neemt aan dat de meerderheid van verder weg komt. Het feit dat de menigte precies voor de lunch en het avondeten vertrok en hun gehoorzame aanwezigheid op een normale werkdag ondersteunt de opvatting dat de menigte werd betaald voor dit ‘werk’. Dit werd bevestigd tijdens een gesprek tussen de kloosterlingen van Bat Nha en vier leden van de menigte die op woensdagavond bij de Phuoc Hue tempel achterbleven. De nonnen vroegen hen wie ze waren en waarom ze gekomen waren. Ze zeiden dat ze gedurende drie dagen 200.000 Dong per dag ontvingen van de regering om deel uit te maken van de menigte en dat ze meer dan 1.500 km hadden gereisd vanuit Nam Dinh in het noorden. Het speet hun dat ze dergelijk werk moesten doen.

Religieuze vervolging in Vietnam :400 volgelingen van Thich Nhat Hanh verzoeken dringend om asiel

Europees Parlement, Straatsburg, 16 december 2009

Heidi Hautala en Thay Trung Hai hoofd mensenrechtencommissie EU

Ik ben diep verontrust en bezorgd over de aanvallen van 8 tot en met 10 december in Vietnam op de vreedzame religieuze gemeenschap van de volgelingen van Thich Nhat Hanh. Tijdens die dagen hebben politieagenten in uniform en in burger én functionarissen van de locale communistische partij de bewoners van de Phuoc Hue pagode geterroriseerd en de abt gedwongen om in te stemmen met de deadline van 31 december waarop enkele honderden boeddhistische monniken en nonnen de pagode moeten verlaten. Ik ben verontrust over de berichten dat de monniken en nonnen zwaar belaagd zijn. De gewelddadige verdrijving van de monniken en nonnen uit het Bat Nha klooster en de Phuoc Hue Tempel en de gespannen situatie na deze acties zijn in tegenspraak met de toezeggingen met betrekking tot vrijheid van godsdienst en samenkomst die de regering van de Socialistische Republiek Vietnam op zich heeft genomen als ondertekenaar van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. De autoriteiten moeten laten weten waar degenen zicht bevinden die eerder zijn aangehouden en zorgen dat ze niet slecht worden behandeld. De Vietnamese autoriteiten moeten onmiddellijk stoppen met de vervolging van deze gemeenschap. Zij moeten de rechten van minderheden beschermen en het recht op hun religieuze beoefening garanderen.

Thich Trung Hai, monnik Bat Nha

Onze regering brengt onze spirituele aspiratie om het leven. Ik ben een van de 400 kloosterlingen van Bat Nha uit Vietnam. Sinds 2005 zijn we samen om vrede en geweldloosheid te oefenen als gemeenschap.
Onze regering is zestien maanden geleden begonnen om ons te intimideren en te onderdrukken. In juni 2009 sneden zij ons af van water en elektriciteit. In september hebben zij ons met geweld verdreven uit ons Bat Nha klooster. Na deze uitzetting zochten we toevlucht in de Phuoc Hue tempel en de vervolging escaleerde tot vorige week. De regering terroriseerde de abt net zo lang totdat hij een belofte ondertekende dat 31 december de laatste dag is dat we samen kunnen zijn.
Waar we ook naar toe gaan, in Vietnam zijn we niet veilig.
Het uiteenvallen van de sangha is het meest catastrofale dat in het spirituele leven van een monnik of een non kan gebeuren. Het is een grote tegenslag voor onze traditionele cultuur, dat ons klooster is vernietigd en onze gemeenschap van monniken en nonnen is omgebracht. Wij houden van ons land, wij houden van onze mensen en we hebben ons hele leven gewijd aan het in de praktijk toepassen van vrede en geweldloosheid, als een concrete bijdrage aan onze samenleving en voor de wereldvrede.
Maar de regering en het rechtssysteem in Vietnam hebben blijk gegeven van hun onvermogen om deze vredige gemeenschap te beschermen – daarom vragen wij uw bescherming.
We vragen de internationale gemeenschap, met name president Sarkozy van Frankrijk, om ons tijdelijk asiel te verlenen. Zodra onze regering ons toestaat om als gemeenschap te oefenen en samen te blijven, zullen we direct terugkeren om onze mensen te dienen en om geen last voor Frankrijk te zijn.

Betoverend geluid van de Sitar

Blue Cliff, USA, 13 oktober 2009

Thay gaat verder met het schrijven van een brief aan julie vanuit de hut Thach Lang in het Blue Cliff klooster. Het is 13 oktober 2009. Thay is net teruggekomen uit New York.. In New York hebben Thay en de Sangha twee oefendagen begeleid voor meer dan 2000 Amerikaanse beoefenaars uit het noordoosten. Het vond plaats in het Beacon Theater in Broadway Street en het onderwerp voor de twee oefendagen was ‘Een vreedzame en medelevende samenleving ontwikkelen’. Op 10 oktober namen tegen 12.30 uur ruim 2000 mensen deel aan een loopmeditatie op Broadway, om energie te sturen naar Thay’s ‘Bat Nja kinderen’ die in de Phuoc Hue tempel verblijven.

Thay herinnert zich dat Thay tijdens zijn verblijf in de Phuoc Hue tempel samen woonde met twee kloosterbroeders– Thay Tam Cat en Thay Duc Tram, die ongeveer van Thay’s leeftijd waren. In de jaren ´40 van de vorige eeuw hebben we met z’n drieën gestudeerd aan het Boeddhistisch Institutuut Bao Quoc in Hue. Thay Tam Cat’s lekennaam was Huyen Ton Vien Lau. Thay Duc Tram was een van de oudere discipelen van de Eerwaarde Tri Tu van de Paramita tempel. We leefden met zijn drieën in Phuoc Hue en begeleidden lekenvrienden in hun beoefening. Elke vooravond gingen we naar een groot veld achter de tempel om te voetballen. In die tijd wist niemand binnen de kloosterorde hoe te voetballen. De Eerwaarde Thien Minh (Thay Tri Nghiem) was toen nog jong, ongeveer 25 jaar, en was de eerste monnik die samen met de nieuwelingen voetbalde bij Linh Son tempel in Da Lat. Na enkele jaren, kwamen anderen monniken zoals Thay Nhu Tram, Tri Khong, Long Nguyet en een aantal andere klooster studenten van het Boeddhistisch Instituut An Quang ook naar Phuoc Hue om te studeren en oefenen met Thay. In Phuoc Hue tempel organiseerde Thay ook midden- en hogere school lessen voor dorpskinderen. Jullie oudste broeder, Nhat Tri, is in deze tempel ingewijd. Op diezelfde dag werd de schedel van een ander kind geschoren. Hij ontving slechts drie voorschriften (gelijk aan de eerste, tweede en vierde van de Vijf Aandacht Trainingen) omdat hij te jong was – slechts zes of zeven jaar oud –. Deze kleine jongen werd later de Eerwaarde Nguyen Hanh, die nu de abt is van de Viet Nam tempel in Houston, een van de grootste tempels in de Verenigde Staten. Jullie oudste broeder Nhat Tri’s handschrift leek precies op dat van Thay, net als die van jullie oudere zuster Luong Nghiem. Als zij kalligrafeert lijkt haar schrijven ook veel op dat van Thay. Jullie broeder Nhat Tri was een van de voortrekkers van de Youth and Social Service beweging. Hij hielp met het bouwen van de eerste twee ‘Liefdesdorpen’ van deze non-profit organisatie, de dorpen Cau Kinh en Thao Dien. Het was de Eerwaarde Chau Duc die jullie oudere broer van Quang Nam toevertrouwde aan de hoede van Thay. De studenten uit die midden- en hogere school klassen in de regio Bao Loc zijn nu zestigers en zeventigers; de meeste zijn nu grootvader of grootmoeder.

Glimlach mijn kinderen. Jullie zijn nog erg jong, leer daarom diep in het huidige moment te leven en glimlach de frisse en eerlijke glimlach, en kijk met ogen die zachtaardig en helder zijn. Leer lief te hebben en te vergeven direct in het huidige moment, en momenten van geluk te ontwikkelen door de beoefening van non-duale aandacht, zodat jullie niet te snel bejaarde eerwaardigen worden. Jullie Grootvader Monnik, de patriarch Thanh Quy Chan That, was in staat zijn onschuld en zuivere geest te behouden tot zijn tachtigste omdat hij zijn Beginner’s Geest gaaf wist te houden. Jullie Oom Monnik Chi Mau verhaalde dat Grootvader Monnik bij zijn heengaan in de leeuwenhouding lag, zijn beide handen samengebracht tot een lotus. Ook wij –als leraar en leerlingen – trachten te oefenen zoals Grootvader Monnik, ons verlangen blijvend behouden en onze Beginner´s Geest ongeschonden gedurende ons hele leven. De energie van de Beginner’s Geest brengt ons en onze geliefden heel veel geluk. De Beginner’s Geest is het meest waardevolle voedingsmiddel voor een spiritueel beoefenaar.

Bij het lesgeven over de Vier Voedingsstoffen gedurende dit Noord-Amerikaanse bezoek, behandelde Thay als eerste voedingsmiddel wilsbesluit, daarna bewustzijn, vervolgens zintuiglijke indrukken, en daarna eetbare voedingsmiddelen. Deze manier van lesgeven werd door Thay voor het eerst gebruikt tijdens de retraite voor kloosterlingen in het Deer Park Klooster. Thay hoopt dat jullie allemaal overal de mogelijkheid hebben te luisteren naar de drie Dharma lezingen die hij tijdens die retraite voor kloosterlingen gaf.

De Beginner’s Geest wordt ook wel Bodhicitta genoemd, of de Geest van Liefde, wat voor ieder van ons het onmisbare voedingsmiddel is. Het behoort tot de eerste bron van voeding – wilsbesluit. In de samenleving betrekken mensen dit gewoonlijk op het ideaal, het verlangen of de diepste wens van iemands leven. Met dat ideaal van liefde in onze geest beschikken we onmiddellijk over een grote voorraad energie die ons helpt vooruit te komen, alle obstakels te overwinnen, onze diepste wensen te realiseren en groot geluk te verwerven. Iemand zonder ideaal of verlangen is iemand zonder een levensbron. Voor beoefenaars in het klooster is dat ideaal het omzetten van ons eigen lijden en anderen helpen dit ook om te zetten. Wij zijn samen gekomen vanwege dat ideaal, en niet omdat we roem, macht of zinnelijk genot zoeken. Omdat we weten dat de passie voor roem, macht en zinnelijk genot kan leiden tot veel gevaar en schade voor ons lichaam en onze geest, zijn we vastbesloten onszelf te bevrijden van deze verlangens en een gezonder verlangen te vinden. Dat verlangen is onze Geest van Liefde. De Geest van Liefde is heel sterk wanneer het ons begint te bewonen. Het helpt ons om gemakkelijker al onze slavernijen te verbreken en te bevrijden. Als beoefenaars zullen we gedurende ons hele leven weten hoe deze Geest te koesteren, en dit niet laten uithollen.

Daarom hebben we een tweede soort voeding nodig – bewustzijn –het gezamenlijk bewustzijn van de Sangha. De Sangha is een gemeenschap van mensen met hetzelfde verlangen. Iedereen in de Sangha heeft de energie van de Geest van Liefde. Iedereen wil oefenen om zichzelf te transformeren en bij te dragen aan het dienen van de mensheid. Eensgezind samenlevend, in overeenstemming met één van de Zes Harmonieën, is de Sangha in staat de gemeenschappelijke energie van non-duale aandacht, concentratie en inzicht op te wekken. Het is deze energie die helpt om de Geest van Liefde in ieder lid van de Sangha te voeden. Mijn leerlingen, als jullie van de Sangha houden, niet van de Sangha gescheiden willen worden, en manieren willen vinden om de Sangha te ontwikkelen, is dat omdat jullie de behoefte hebben om gevoed te worden door deze gemeenschappelijke energie. Dus wanneer zij de Sangha proberen te ontbinden, hebben jullie alle moeite gedaan om de Sangha te beschermen en niet toegestaan dat de Sangha uiteen zal vallen.

In de maatschappij hebben revolutionairen ook hun Geest van Liefde. Zij hebben hun ideaal, hun verlangen om hun vaderland, hun volk te redden; om de indringers terug te dringen en te vechten voor de onafhankelijheid van hun thuisland. De wilskracht van de revolutionairen is niet minder indrukwekkend dan de Geest van Liefde van de kloosterlingen. En deze revolutionairen hebben ook een Sangha nodig om hun verlangen te voeden, en die Sangha is hun revolutionaire organisatie. Als wij in de Sangha de liefde van broeder- en zusterschap hebben, dan is er in de revolutionaire organisatie de liefde van kameraadschap. Deze vriendschappelijke liefde is de voedingsbron, de bron van motivatie die de wilskracht en de inspanning van de revolutionair kan voeden. Een revolutionaire organisatie ontwikkelen vereist totaal nieuwe gedragsnormen. De twee basis deugden van een revolutionaire organisatie zijn zuiverheid en eerlijkheid, zoals in de voorschriften voor kloosterlingen concentratie en inzicht de werkelijke kern van een Sangha zijn. Als we de voorschriften en mindful manners (gedragsregels voor kloosterlingen) niet naleven, niet non-duale aandacht oefenen, kunnen we de Sangha energie niet voeden. Als de revolutionair niet zuiverheid en eerlijkheid oefent, kan hij/zij de revolutionaire organisatie niet voeden en zal het vuur van de revolutie doven. Deze regel geldt ook voor de Sangha. Zonder de oefening van eensgezind samenleven met de energie van non-duale aandacht, concentratie en inzicht, zal de Sangha ook futloos zijn. Uiterlijk lijkt het een oefengemeenschap, maar innerlijk is het slechts samengesteld uit individuen die materiele en emotionele troost zoeken om een nietszeggend leven tevreden te stellen. De Boeddhistische kerk is de Sangha van alle Sangha’s. Als de Boeddhistische Kerk bestaat uit Sangha’s met levenskracht en idealen geboren uit de Geest van Liefde, zal de energie van de Boeddhistische Kerk invloedrijk zijn, en zal de Boeddhistische kerk een bron van voeding worden voor beide, de kloosterlingen en de leken-beoefenaars. Zo niet, dan zal de Boeddhistische Kerk slechts een plaats zijn waar mensen komen om voordeel en erkenning te zoeken. Als het heilige vuur van de revolutie is gedoofd, heeft de politieke formatie niet langer enige levenskracht, en de mensen die zich willen aansluiten zijn niet langer degenen met het ideaal en het verlangen om het land en zijn bevolking te redden, maar zijn slechts mensen die maatschappelijke posities en voordelen zoeken. Toen de Katholieke priesters van de “Dòng Chúa Cứu Thế” hun mening uitten om de Bat Nja Sangha te beschermen, zag Thay dat deze oefentraditie nog steeds het leven in hun gemeenschap in stand kan houden. Daarom hadden zij genoeg dappere kracht om zo van zich te laten horen. Toen het bestuur van de Boeddhistische Kerk in de Lam Dong provincie verkondigde om de Bat Nja Sangha toevlucht aan te bieden en te beschermen, zag Thay dat het bestuur nog altijd in staat is het leven in hun Sangha te behouden. Daarom hadden zij genoeg moed en liefde om zo te doen. Deze Eerwaardigen lieten van zich horen om jullie te huisvesten en te beschermen, omdat de Bat Nja Sangha nog steeds een Sangha is die gevoed wordt door de Geest van Liefde, waarin niemand roem, macht of zinnelijk genot najaagt, waarin iedereen alleen wil oefenen en dienen.

Afgelopen april, bij het Europese Instituut voor Toegepast Boeddhisme in Duitsland, gaf Thay een korte Dharma lezing over de Sangha en haar vestiging; dat het belangrijk is om eerst de aanwezigheid van een prachtige Sangha te hebben, de vestiging is ondergeschikt. Alleen als we een echt mooie perzik hebben, gaan we een bord of schaal zoeken om de perzik op te leggen. Wat is het nut van een bord of schaal zonder de perzik? Als we dit Bhat Nja land niet hebben, dan zal er een ander Bat Nja elders zijn. Wat het allerbelangrijkste is, is een mooie Sangha te ontwikkelen. Het eerste wat de Boeddha deed nadat hij onder de Bodhi Boom verlichting had bereikt, was naar zijn medebeoefenaars zoeken om een Sangha te ontwikkelen. Het ontwikkelen van Sangha’s is het levenspad van de Boeddha’s, en het is ook het levenspad van iedere spirituele beoefenaar. Hetzelfde geldt voor leden van de revolutie, namelijk een revolutionaire partij opbouwen. Zonder een Sangha kan het levenspad van een Boeddha niet verwezenlijkt worden. Zonder de revolutionaire organisatie kan het levenspad van de revolutionair ook niet tot stand gebracht worden. Tijdens de afgelopen zestig jaar heeft jullie leraar nooit de beoefening van het ontwikkelen van Sangha veronachtzaamd. Thay heeft duizenden Sangha’s over de hele wereld helpen ontwikkelen, en iedere Sangha is een toevluchtsoord geworden voor vele lokale beoefenaars. Dr. Martin Luther King was iemand waarmee Thay zich verwant voelde, en hij sprak over de Sangha als de ‘geliefde gemeenschappen’, wat de ‘geliefde Sangha’ betekent. De Bat Nja Sangha is ook een van deze ‘geliefde Sangha’.

Toen Thay nog een jonge monnik was, tijdens de revolutie tegen de Fransen, had Thay manieren gevonden om de revolutionairen te beschermen als zij in gevaar verkeerden en een schuilplaats zochten in de tempels. Dit was een van de gevaarlijkste dingen om te doen. De Franse soldaten konden ons doodschieten omdat we het waagden de revolutionairen onderdak te verlenen. Thay Tri Thuyen, Thay Tam Thuong en vele andere jonge kloosterlingen van Thay’s leeftijd werden doodgeschoten omdat zij deze dingen deden. Duizenden revolutionairen kwamen schuilen in de tempels, en de monniken en nonnen vonden altijd manieren om hen een schuilplaats te verlenen en te beschermen. Iedereen handelde zo omdat we allemaal van ons vaderland hielden, en vanuit deze liefde wilden we de soldaten beschermen. In de brief van 30 September 2009 gericht aan de President van Vietnam, herinnerde Thay hem aan deze geschiedenis. Thay is ervan overtuigd dat toen de President nog een revolutionair was, samen met vele andere soldaten die nu veteranen van de revolutie zijn, hij en zij vele levensbedreigende momenten hebben ondergaan; en dat zij nooit de hechte harmonieuze ruggesteun tussen het volk en de soldaten, van toen, zullen vergeten– zoals het water er is voor de vis. In diezelfde brief, verdergaand in dezelfde geest, schreef Thay ook dat de politieagenten en degenen die hen het bevel gaven om alle middelen te gebruiken om jullie uit Bat Nja te verdrijven, ‘zeker geen kinderen van de revolutie kunnen zijn.’ Hun acties zijn ondankbaar, immoreel en misleidend, en zijn niet een van de ware revolutionaire traditie. Thay verzocht de President ook om te bemiddelen en deze acties te stoppen, die tegen de grondbeginselen van de revolutie ingaan, en tegen de traditionele deugden en waarden van ons moederland. Waarom hebben deze politieagenten zich zo gedragen, zulke gewelddaduge middelen gebruikt? Waarom kunnen zij de integriteit en eerlijkheid van de revolutie niet voortzetten? Waarom zijn zij geen kinderen van de revolutie? Waarom dringt corruptie en machtsmisbruik overal door? Er is maar een nauwkeurig antwoord: omdat het vuur van de revolutie is gedoofd. De kracht, de deugden van de revolutie bestaan niet meer. De bron van inspiratie, het ideaal van de revolutie, bestaat niet meer.

Wanneer we onze Geest van Liefde– onze Bodhicitta – niet kunnen behouden, zijn we niet langer elkaars ‘kameraden op het pad’ of ‘vrienden van het gemeenschappelijke pad’ zelfs al noemen we onszelf Boeddhisten of leerlingen van de Boeddha. Wanneer de verlangens van de revolutionairen niet meer bestaan, wanneer we uitgehold worden door corruptie en machtsmisbruik, zijn we niet langer elkaars ‘kameraden’, zelfs al noemen we elkaar op het sociale niveau nog steeds ‘kameraden’. Wanneer we onze verlangens hebben, onze Geest van Liefde, onze broeder- en zusterschap, hoeven we niet langer geluk te zoeken in de richting van geld, roem, macht en zinnelijk genot. Gezamenlijk leven we een gezond en eenvoudig leven. Thay heeft met jullie in meditatie gezeten, met jullie in liefdevolle aandacht gegeten, met jullie geademd, met jullie naar de bel geluisterd, met jullie in loopmeditatie gegaan, met jullie gewerkt en met jullie retraites georganiseerd. In die momenten van samen leven heeft Thay veel geluk gevonden. De revolutionaire strijders waren net zo. Zij leefden samen gelukkig, omdat zij een gemeenschappelijk ideaal deelden en in staat waren om los te laten wat hen slavernij en beperkingen zou opleveren. Zij vochten zij aan zij, verdroegen samen weer en wind, omdat zij kameraadschap hadden en omdat zij warm werden gehouden door het heilige vuur van de revolutie. Zo sprekend wil niet zeggen dat we vandaag het vuur van de Geest van Liefde niet opnieuw kunnen aansteken. Het betekent niet dat we niet het heilige vuur van de revolutie wat opgebrand is, weer vlam kunnen laten vatten. Toen jullie toetraden tot de Sangha, was het vuur van jullie Geest van Liefde ontvlamd. Na het boek Sprekend tot de jonge monniken en nonnen te hebben gelezen en contact met de Sangha te hebben gemaakt waren heel veel jonge kloosterlingen in staat om hun Geest van Liefde aan te wakkeren. Zo begonnen we oprecht en gelukkig samen te leven, omdat het vuur van verlangen helder in ons brandde. Met als gevolg dat jonge mensen in grote getale kwamen, iedere dag opnieuw. Deze toestroom veroorzaakte angst in de harten van sommige mensen. Deze mensen stuurden hun eigen mensen om binnen te dringen in onze gemeenschappen in Plum Village, Deer Park, Tu Hieu, Bat Nja en overal. Om te zien wat we werkelijk deden, en om te onderzoeken hoe we zo snel zo veel jongen mensen konden aantrekken? Hebben we enig geheim? We hebben geen enkel geheim! Als er al een geheim is, dan is het omdat we weten hoe oprecht met elkaar te leven in de geest van broeder- en zusterschap. We weten hoe activiteiten los te laten die ons naar gehechtheid en slavernij kunnen leiden. We hebben een diep verlangen om te oefenen, om anderen te helpen en om al het leven te dienen. We leven ieder moment met dat verlangen. Dus, als jonge mensen op ons reageren, worden hun harten ook door dit verlangen aangestoken. Dit kan zeker tot stand worden gebracht zowel binnen een gemeenschap als binnen een revolutionaire organisatie. Als mensen slechts oprecht met elkaar leven, als zij slechts het vuur van het revolutionaire ideaal weer kunnen doen ontvlammen, als mensen slechts de energie hebben voortkomend uit hun verlangen, dan zullen corruptie en machtsmisbruik overwonnen kunnen worden. Pas dan zullen degenen die zich bij de partij aansluiten, niet langer de uitbuiters en opportunisten* zijn. (*vertaler:handelen zonder bepaald beginsel, naar de eisen van het ogenblik, waarbij men er naar streeft . . iedere omstandigheid ten voordele van zichzelf of zijn partij aan te wenden)

Als diegenen die bij ons komen om onderzoeken te doen, deze waarheid zouden kunnen zien, dan zou dit beide partijen ten goede komen. Wij kunnen in vrede oefenen en zij leren manieren om het vertrouwen in hun idealen te doen herleven. Helaas kunnen deze mensen de waarheid niet zien, en zijn daarom wantrouwend. En vanuit dit wantrouwen is angst ontstaan. Tengevolge van deze angst gebruikten zij onethische middelen om een gemeenschap van jonge mensen te ontbinden waarvan zij hadden ondervonden dat zij deze niet konden beheersen. De waarheid is – waarom is het nodig om het bevorderen van deugden te beheersen?

Er leefde eens een koning die benieuwd was om uit te vinden hoe een sitar zulke betoverende geluiden kon voortbrengen. Hij gaf opdracht om de sitar in stukken te splijten om diens geheim te ontdekken. Het instrument werd in honderden stukjes gedeeld, maar hij kon de oorzaak van de betoverende geluiden die hij had gehoord niet vinden. Om het geheim van de sitar te kennen, moet je stil zitten en de sitar en de manier waarop het wordt bespeeld zorgvuldig observeren, en het niet stuk slaan. De Sangha is ook als een sitar. Door eraan deel te nemen en het zorgvuldig te observeren zul je het wonder van de Sangha zien. Waarom moet men de Sangha uit elkaar halen door ieder naar huis te sturen? Door zo te doen verliest men de gelegenheid om te leren. Vanwege de waarheid, aan het licht gebrachte door de Bat Nja crisis, hebben de veteranen van de revolutie en ieder van ons die iets van het vuur van de revolutie in ons hart levend heeft gehouden, hebben wij allemaal de kans om diep te kijken om de wonderbaarlijke vlam aan te wakkeren die altijd in ons is geweest.

(De brief is nog langer. Thay zal jullie later meer sturen.)

Leef elke dag in schoonheid,

Thay.

Intern geschil of verdoezeling door de overheid?

Intern geschil of verdoezeling door de overheid?
Reactie op de verklaring van de Vietnamese regering van 7 oktober 2009

Bat Nha monniken en nonnen – legaal of niet?

Jonge Vietnamese monniken en nonnen beoefenen in Bat Nha al vier jaar het Boeddhisme volgens de traditie van Plum Village. Als ze legaal waren toen ze namens de eerwaarde Thich Nhat Hanh werden gewijd door de abt, legaal toen ze een miljoen dollar aan investeringen in de gebouwen en grond van Bat Nha aantrokken, en legaal toen ze trots door de overheid werden geparadeerd voor duizenden toeschouwers op de internationale UNESCO Wesak viering in 2007, waarom zijn ze dan nu niet legaal?
Ze hebben er alles aan gedaan om te voldoen aan alle eisen en papierwerk – maar op mysterieuze wijze, en in tegenstelling tot een eerlijk proces, heeft de regering geweigerd het document te verschaffen dat de monniken en nonnen nodig hebben.

Als de monniken en nonnen van Bat Nha illegaal zijn in de ogen van de wet, waarom zijn ze dan niet uitgezet in overeenstemming met de nationale wetgeving? Waarom was er geen bevel tot uitzetting en geen enkel gerechtelijk proces?

“Ze zijn door de autoriteiten verdreven om “zeer vage redenen” zeggen 180 toonaangevende Vietnamese publieke persoonlijkheden, die zich deze week durfden uit te spreken in een open brief aan de president, de premier en het parlement.

Als ze niet legaal zijn, is dit simpelweg omdat de communistische regering op willekeurige wijze heeft besloten dat ze niet legaal zijn.

Regeringsinmenging in de slechtst mogelijke vorm

In haar verklaring heeft de regering getracht om haar rol in de gewelddadige uitzetting en onderdrukking van de monniken en nonnen van Bat Nha te verdoezelen door het af te doen als ‘een interne kwestie’ tussen Boeddhisten. De regering heeft zelfs alle officiële Vietnamese media verhinderd om verslag te doen over de aanvallen.
Vietnam is een land waarin elke religieuze activiteit wordt gecontroleerd en bewaakt door het departement voor religieuze zaken van de regering en de opmerkelijk uitgebreide religieuze politie. Wie kan geloven dat de gewelddadige ontruiming van bijna 400 monniken en nonnen op klaarlichte dag werkelijk plaats kon vinden zonder de betrokkenheid van de overheid?

Helaas lijken de autoriteiten op de slechtst denkbare wijze betrokken te zijn. De politie heeft niet alleen geweigerd om in te grijpen en de burgers te beschermen tegen de gewelddadige aanvallen (waarbij ze alle oproepen om hulp van de slachtoffers van de aanval negeerden), maar getuigen zeggen zelfs te hebben gezien dat de autoriteiten op de plaats van de ontruiming blijkbaar leiding gaven aan de bende. Verder toont een uitgelekt memo dat de lokale autoriteiten tien dagen voor de aanval een richtlijn naar al hun vertegenwoordigers (waaronder de politie) hebben laten uitgaan, waarin hun bevelen om de monniken en nonnen uit Bat Nha te verdrijven.
Bovendien werden de monniken Pháp Hoi en Pháp Sy, nadat zij waren geslagen, in taxi’s geduwd en ontvoerd, waarna zij onmiddellijk onder politiebewaring zijn gesteld. De politie houdt deze onschuldige monniken zonder aanklacht vast onder huisarrest, vele honderden kilometers van hun spirituele gemeenschap.

De regering valt ‘de toekomst van het land’ aan

Als onderdeel van een meer omvattend programma van controle op religie, vervolgt de regering de 379 monniken en nonnen van Bat Nha in een poging hen uiteen te drijven en hen te dwingen om ‘terug te keren naar hun eigen plaatselijke tempel’. Dit alles in een poging om de gemeenschap open te breken en te beperken in haar activiteiten. Deze poging is een schending van het fundamentele mensenrecht van de kloosterlingen om samen hun eigen geloof als een spirituele familie te beoefenen – een schending van een internationaal verbond dat door Vietnam mede is ondertekend.

Bat Nha was de thuisbasis waar deze jonge Vietnamezen werden opgenomen in het kloosterleven en de gemeenschap van Bat Nha is hun spirituele familie. De eis van de regering dat ze zich moeten verspreiden over andere tempels is een aanval op het fundament van hun geestelijk leven.

De jonge monniken en nonnen verzetten zich uit alle macht tegen deze onredelijke en onwettige eis. Ondanks de extreme spanning en de problemen in deze situatie, blijven deze jonge kloosterlingen volhouden dat haat, hebzucht en onwetendheid de vijand zijn en niet de regering.
Waarom voelt de regering zich zo ongemakkelijk als zo veel jonge mensen zich uit dankbaarheid willen wijden aan een leven van dienstbaarheid? Waarom mogen ze niet studeren, beoefenen en samen dienen als een onafhankelijke gemeenschap?

Pijnlijk genoeg voor de regering worden de monniken en nonnen van Bat Nha stevig ondersteund door de regionale Boeddhistische Kerk van Vietnam (BKVV). In een uitgelekt rapport van 6 oktober 2009 getuigt de BKVV van het geweld tijdens de uitzetting, de ontvoeringen van oudere monniken en de intimidatie door de politie in Phuoc Hue. Vrijmoedig beveelt de BKVV aan “alle bestuursniveaus [...] om de kloosterlingen die tijdelijk in de Phuoc Hue tempel wonen er niet toe aan te zetten om terug te keren naar hun eigen stad, aangezien ze in ons land het recht hebben om geestelijken te wijden, te studeren en te oefenen volgens hun geloof.”

Niet alleen Boeddhisten verheffen moedig hun stem als steun aan de monniken en nonnen van Bat Nha. In een land met zeer beperkte vrijheid van meningsuiting is het opmerkelijk dat 180 intellectuelen (waarvan velen nauw verbonden zijn met de communistische regering) een open brief hebben ondertekend. Ze dringen sterk aan op een onderzoek naar de “duidelijk illegale acties” tijdens de aanwezigheid van de politie die “de hulpvraag van slachtoffers van de aanval heeft genegeerd”.

De monniken en nonnen van Bat Nha vragen slechts
1. om beëindiging van het geweld en de pogingen om de gemeenschap uiteen te

drijven;

2. dat de overheid het recht van hun gemeenschap officieel bevestigt om te oefenen,

net zoals andere boeddhistische tempels en instituten in Vietnam;
3. om tijdelijk onderdak te hebben in de Phuoc Hue Tempel,

totdat de situatie vreedzaam is opgelost.

De eerwaarde Thich Thaise Thuan, abt van de Phuoc Hue Tempel, toont buitengewone moed en edelmoedigheid – en riskeert zijn eigen veiligheid – door bescherming te geven aan de 379 monniken en nonnen van Bat Nha. Hij heeft grote integriteit getoond onder extreme druk met kwaadaardige bedreigingen en pesterijen door de politie en de overheid. Het raakt ons pijnlijk te horen dat de overheid zijn naam gebruikt om haar eigen onwaarheden te ondersteunen.

Stem van uw kinderen – Bat Nha brief aan de politieagenten

Brief van de babymonniken van Bat Nha aan de politieagenten.       Mid-herfst 2009

Lieve ooms van de politie,

terwijl we deze brief schrijven is de vrede tijdelijk in onze harten teruggekeerd.

We houden veel van jullie. Om anderen vrede en een goede nachtrust te bezorgen, hebben jullie dag en nacht criminelen moeten bestrijden, waarbij jullie jezelf soms omwille van het volk wegcijferen.

Wij zijn maar babymonniken met veel aspiraties en vragen. Wij schrijven deze brief om onze gevoelens met jullie te delen. Vol respect vragen wij jullie om naar ons te luisteren, zodat jullie ons beter begrijpen.

Vanavond is de hemel helderder, na tyfoon nr. 9. Liggend bij het raam verwelkomen we het zachte herfstmaanlicht. De frisse bries voert ons terug naar Bat Nha, ons geliefde thuis.

Onze geest vloeit over van herinneringen, vooral aan jullie, ooms van de politie. Die herinneringen maken ons bang, maar laten ons ook veel liefde voor jullie voelen. Wij herinneren ons de dag nog goed waarop jullie onze slaapzaal binnenkwamen om onze residentiële status te controleren. Toen jullie ons naar onze identiteitskaarten vroegen, reageerden wij met vele scherpe vragen. We voelden ons toen ongemakkelijk, omdat we wisten dat een aantal van onze oudere broeders zich iedere dag bij jullie hoofdkwartier moesten melden voor werksessies, nadat hun identiteitskaarten in beslag waren genomen.

We hoorden dat onze broeders vraag- en antwoordsessies moesten ondergaan tot na lunchtijd, zonder te eten. Mijn hemel! Kinderen zoals wij zijn waarschijnlijk niet in staat om zulke honger te doorstaan.

Wij denken dat volwassenen zelf ook niet graag zo onverwacht door kinderen worden ondervraagd. Diep in ons hart wilden wij dat niets van dit alles was gebeurd.

Een van de ooms bij de politie berispte een van onze oudere broeders: “Hoe kunnen deze kinderen zo tegen ons praten? Ze zijn niet ouder dan onze eigen kinderen.” Prachtig! Die opmerking maakte ons gelukkig, want tot dat moment waren we steeds aangeduid als tempeldieven, verraders en blinde volgelingen van propaganda. Vinden jullie ons niet te jong voor dergelijke etiketten? We hadden niet verwacht dat jullie zo vriendelijk zouden zijn om ons als jullie kinderen te beschouwen.

Maar we beseften dat jullie niet anders konden dan het beeld te koesteren van ons als jonge, onschuldige en levendige kinderen in eenvoudige bruine gewaden. Dit beeld is volledig anders dan dat van de tieners in de hedendaagse maatschappij. In tegenstelling tot veel andere jongeren, bevinden wij ons gelukkig niet in een omgeving met veel druk vanuit onze superieuren. Wij hebben gekozen voor het pad van vrijheid en geluk door het cultiveren van een eenvoudig leven – een leven met weinig materialistische genoegens en een geest die niet gehecht is aan buitensporig materialisme.

Dit pad van beoefening maakt het voor ons gemakkelijker om situaties en problemen te accepteren die anderen moeilijk kunnen aanvaarden. Normaal gesproken ontwikkelen mensen haat en wrok jegens degenen die hen doen lijden, maar dankzij onze beoefening van aandacht reageren wij anders.

Lieve ooms, weten jullie dat jullie ons soms hebben laten lijden en een zeker geloof in het leven hebben laten verliezen? Onze harten zijn te jong om deze acties te accepteren, die ons beangstigen en die in tegenspraak zijn met wat we op school hebben geleerd. Alle culturele en morele waarden – van burgerschap, van de wijk, en van liefde voor ons land – zijn diep in onze harten gezaaid.

Helaas zijn we onderworpen aan de recente tegenstrijdige gebeurtenissen en weten we ons nu geen raad. We hebben veel achterdocht ontwikkeld en zitten met veel onbeantwoorde vragen. Welke antwoorden kunnen ons helpen om ons geloof in het leven te behouden en te versterken?

Toen onze broeders werden geslagen en weggesleept, deden we ons best om aanwezig te zijn voor elkaar, en tegelijk onze heftige emoties te transformeren, om de situatie niet nog moeilijker te maken. Wij aanvaardden de brute aframmeling zonder gewelddadig te reageren om de mooie, liefdevolle vriendelijkheid te handhaven die de Boeddha ons heeft onderwezen. We zagen dat jullie ook getuigen waren van deze aanval. We weten dat het jullie pijnlijk trof om ons als bange kinderen te zien huilen terwijl we onze aanvallers smeekten om onze oudere broeders niet weg te voeren. We hielden onze broeders vast, ondanks de klappen die we daarbij kregen. Sommigen van ons raakten bewusteloos. Zulk geweld leidt tot onvoorstelbaar veel leed! Het beeld dat ons het meest ontroerde was dat van onze oudere broeders, die zich onder de taxi’s wierpen om te voorkomen dat hun broeders van ons werden weggevoerd. Wij waren op die dag getuige van nog veel meer hartverscheurende taferelen. Broeders werden van elkaar losgerukt, met het geluid van geschreeuw en gegil – beelden die wij alleen in tijden van oorlog voor mogelijk hadden gehouden. We waren verbijsterd om te zien dat een aantal van jullie, ooms, geweld tegen ons gebruikten toen wij probeerden om jullie tegen te houden en om onze broeders bij ons te houden. We moesten wel zo handelen omdat we bang waren en zeer gekwetst door het geweld. In een dergelijke opgewonden staat wisten wij niet goed wat we moesten doen om een uitweg te vinden.

We wachtten enige tijd tot jullie ons zouden komen redden. En toen jullie uiteindelijk kwamen, was dit alleen om met kracht onze broeders te verwijderen. Hoe kunnen we ons anders dan geschokt en radeloos voelen?

Geïnspireerd door onze gedeelde ambitie en de diepe toewijding aan broederschap met onze oudere broeders, moesten we ons leven wel op het spel zetten om hen te redden. Kunnen jullie je nog onze aanblik herinneren, toen wij probeerden te voorkomen dat jullie onze oudere broeders Pháp Hoi en Pháp Sy zouden wegvoeren? We drongen erop aan dat we met deze broeders mee mochten gaan, maar jullie stonden dat niet toe. Enkelen van ons, die probeerden hen vast te houden, werden geslagen. Misschien realiseerden jullie je tijdens dit gewelddadige schouwspel niet, dat degenen die jullie sloegen 16 en 17 jaar oud zijn, zo oud als jullie eigen kinderen. Wat een pijnlijke confrontatie! Op dat schrijnende moment konden we alleen maar hulpeloos toekijken. We zijn jong en beoefenen geweldloosheid. Hoe kunnen we in het reine komen met zulke stormachtige emoties? Wij huilden en door onze tranen volgden onze ogen de auto’s die onze broeders wegvoerden. Zij verdwenen geleidelijk en lieten een middag vol verdriet achter.

Juist op dat moment kwam ons voor de geest wat onze oudere broeders ons dagelijks voorhielden:

‘Wees niet boos op mensen die ons laten lijden

* zelfs niet op de ooms van de politie –

want zij hebben hun eigen moeilijkheden en lijden.

Soms treden ze niet vriendelijk op,

maar we moeten geen negatieve gedachten over hen hebben.

Ze hebben ook gezinnen, vrouwen en kinderen.

Dus al weten ze wel wat juist gedrag zou zijn,

vanwege hun eigen levensonderhoud zijn ze gedwongen

om op een bepaalde wijze te handelen.”

We bleven deze boodschap duidelijk in ons hart horen. Misschien voelden we op dat moment geen woede of bitterheid tegen jullie of anderen die ons lieten lijden, omdat we gewend zijn te leven en te beoefenen in een omgeving vol liefde en begrip. Sinds die tijd is ons dikwijls gevraagd of ons geloof in het leven en onze liefde voor ons land en haar inwoners niet zijn geschokt door dit lijden op zo jonge leeftijd. Wees ervan verzekerd dat we niet op die manier zijn aangetast en dat deze moeilijkheden en ontberingen een goede training voor onze geest zijn. We houden nog steeds van ons land en onze medeVietnamezen met al hun prachtige waarden.

Lieve ooms, deze brief is al lang, en voordat we stoppen, willen wij jullie uit de grond van ons hart vertellen dat we niet boos op jullie zijn. We respecteren jullie nog steeds als onze vaders en oudere broers. Kom eens langs voor een bezoek als jullie een moment hebben tijdens jullie gespannen en drukke werkdag. Dan drinken we samen thee. Dan zingen wij voor jullie en vertellen grappige verhalen over ons leven – kinderverhalen over onschuld en kattenkwaad.

Er is in het leven veel behoefte aan het lachen van kinderen, denken jullie niet?

Voorbij verdriet, woede, schuld en wantrouwen is er liefde en frisheid, zoals van het maanlicht vanavond.

We zullen jullie altijd koesteren en toevlucht tot jullie nemen.

Hoogachtend,

Jullie speelse ‘babymonniken’.

Diamond Body: Thay’s letter to the Bat Nha monastic brothers and sisters (nederlandse)

Blue cliff, 7 oktober 2009

Aan mijn Bat Nha-kinderen,

Ik schreef ‘mijn Bat Nha-kinderen’ en niet ‘mijn kinderen in Bat Nha’ zoals ik eerder deed, omdat jullie, zelfs al wonen jullie niet meer in Bat Nha, nog steeds de naam van de Bat Nha sangha dragen. Jullie en Bat Nha zijn één. Waar jullie ook gaan, je draagt Bat Nha met je mee en Bat Nha is een onverwoestbaar diamanten lichaam geworden. In het openingsvers dat we reciteren voor we de Diamant Sutra lezen, staat de term ‘diamanten lichaam” als volgt beschreven:

Hoe kunnen we geboorte en dood overstijgen

En het onverwoestbare diamanten lichaam verwerven?

Hoe kunnen we oefenen

Zodat het alle illusies wegvaagt?

We vragen de Boeddha om, uit compassie

voor ons allen, de schatkamer te openen.

Aan ons allemaal, alstublieft  geef ons uw

schitterende onderricht!

Bat Nha is een legende geworden, een diamanten lichaam. Niemand kan het meer vernietigen. Bat Nha is een geurende lotus die opgebloeid is uit de modder van onwetendheid, angst, benauwdheid, corruptie en machtsmisbruik. Bat Nha heeft geschiedenis gemaakt. En jullie hebben het geluk dat je de kans hebt gehad om je steentje bij te dragen aan het verschijnen van de Bat Nha lotus. Bat Nha is onderdeel geworden van het culturele erfgoed van ons geboorteland.

Mijn Bat Nha kinderen nemen nu niet alleen toevlucht in de Phuoc Hue Tempel, maar jullie zijn ook aanwezig op vele plaatsen, in het binnen- en buitenland. Waar jullie ook zijn, je hebt de Bat Nha lotus in je hart. Het  is de aspiratie om te beoefenen en anderen te helpen. Het is de Beginnersgeest. Het is de Geest van Liefde. Het is de energiebron die ervoor zorgt dat we nog steeds zijn die we zijn, die ons helpt om niet corrupt te worden of ons te laten

uitkopen of ons over te geven. Thay is heel gelukkig, omdat Thay deze brief aan jullie toevertrouwt. Onder het pseudoniem Nguyen Lang’, heeft Thay geschreven aan de president van het land en aan de intellectuelen in Vietnam en in het buitenland, om hen te vragen tussenbeide te komen en bekendheid te geven aan de situatie in Bat Nha. En deze brief schrijft Thay aan jullie.

In de eerste plaats wil Thay jullie laten weten dat de Phuoc Hue Tempel, waar een aantal van jullie verblijft, ook de plaats is waar Thay vele jaren heeft gewoond in de vijftiger jaren. Indertijd was Thay nog heel jong en de Phuoc Hue Temple was nog heel eenvoudig, nog niet zo ontwikkeld als nu. Achter de tempel was een theetuin met wel 1000 bomen. Thay had een kleine hut met rieten dak in de theetuin. Thay woonde daar alleen. In de hut stonden alleen een bed en een tafel. De eerwaarde Thai Thuan kan je waarschijnlijk laten zien waar de hut stond. Op een avond droomde Thay van zijn moeder; ze zag er niet anders uit dan vroeger, met haar lange, glanzende zwarte haar. Terwijl Thay met veel vreugde met zijn moeder aan het praten was, werd hij plotseling wakker. En Thay herinnerde zich, dat zijn moeder vele jaren geleden was overleden. Thay stond op en deed de deur open om naar buiten te lopen. Er was geen toilet in de hut, want het dorp Cong Hinh (zo heet het dorp waarin Phuoc Hue tempel ligt) lag in de heuvels, omgeven door theebomen, dus je kon gewoon tussen de bomen urineren. Zodra Thay de hut uitstapte, was Thay in contact met het heldere maanlicht dat de hele theeheuvel omhulde. Het was de afnemende maan, zo helder, mooi en teder. De aarde en hemel waren kalm. En Thay had het gevoel dat hij omhelsd werd door de armen van zijn moeder. De moederliefde was teder als het late maanlicht. Plotseling kreeg Thay het inzicht dat zijn moeder nooit was gestorven en dat zijn moeder er altijd voor hem was en dat haar ware natuur geen geboorte en geen dood was.  Alle verdriet en het vurige verlangen dat Thay had gevoeld nadat hij zijn moeder had verloren, verdwenen meteen en Thay glimlachte in het late maanlicht. Thay herinnert zich, dat hij dit verhaal al eens ergens heeft vastgelegd, misschien in het boek ‘De geur van Palmbladeren’.

Thay weet dat de theeheuvel niet meer bestaat. De hut met rieten dak is er ook niet meer. Maar als je de kans hebt om loopmeditatie te doen rond de Phuoc Hue Tempel op een avond dat de maan schijnt, stel je dan die prachtige avond voor en, als je naar de maan kijkt , dan zul je Thay en Thays moeder zien  glimlachen.

Tijdens de teaching tour 2009 in de Verenigde Staten, is er een wonder gebeurd, en dat was de retraite in Estes Park in Colorado. Tijdens deze retraite waren er 980 gasten die van veel verschillende staten kwamen.

De retraite duurde van 21 tot 26 augustus 2009. Van deze gasten had ongeveer 50 % Thay nog nooit ontmoet, nog nooit naar Thays onderricht geluisterd of deelgenomen aan een retraite met Thay. Ze kenden Thay alleen via zijn boeken die in de Verenigde Staten gepubliceerd zijn. Ze kwamen naar de retraite met de intentie om direct naar Thay’s onderricht en leiding te luisteren. Velen moesten een paar uur vliegen om in Denver te komen. Ze moesten de bus nemen om de berg op te komen om de retraite te bezoeken. De YMCA ( jeugdherberg van internationale christelijke organisatie waarin allerlei soorten jeugdkampen worden aangeboden) is in Estes Park en heeft de capaciteit om onderdak, eten en sanitaire voorzieningen te verschaffen aan meer dan 1000 mensen. Het is 1000 meter boven de zeespiegel gelegen. Dus het is er heel koud.

De bergen zijn majestueus en prachtig. Elke twee jaar komt Thay hier om een retraite te leiden en elke retraite zit vol mensen.

Maar deze keer kon Thay door zijn ziekte de retraite niet bezoeken en leiden. De dokters in het Algemene ziekenhuis van Massachusetts (MGH), adviseerden, nadat ze de diagnose hadden gesteld, dat Thay zou stoppen met het leiden van de retraite in Stonehill College in Massachusetts en dat Thay ook de retraite bij het YMCA zou afgelasten om zijn longinfectie te behandelen. De dokters zeiden dat Thay tenminste 14 dagen in het ziekenhuis zou moeten blijven voor behandeling. Dokter Sicilian – bekend om zijn specialisatie in longinfecties veroorzaakt door pseudomonas aeruginosa, en verantwoordelijk voor de speciale behandelingsafdeling op de twaalfde verdieping van het ziekenhuis- adviseerde Thay om zich die avond onmiddellijk te laten opnemen, zodat de behandeling zou kunnen beginnen. Maar Thay besloot om terug te gaan naar Stonehill om die retraite af te sluiten, voordat Thay terug zou gaan om zich te laten opnemen. Het thema van de retraite in Stonehill was Wees Vrede, Wees Vreugde, Wees Hoop. De retraite was begonnen op 11 augustus 2009. En op 13 augustus 2009 om ongeveer 5 uur, had Thay tijd om voor controle te gaan. Een paar weken daarvoor waren de symptomen van chronische longinfectie ernstig geworden. En soms zag Thay helder vers of oud donker bloed in zijn speeksel. Na 5 uur van wachten en onderzoeken, adviseerden alle dokters Thay om onmiddellijk, zonder vertraging met de behandeling te beginnen.

Thay kwam om 12 uur ’s nachts terug in het college en de volgende morgen deed Thay zitmeditatie met de sangha, gaf Dharma onderricht en ging verder met loopmeditatie alsof er niets aan de hand was. Niemand wist dat Thay ziek was. Iedereen zei dat het Dharma onderricht op de laatste drie dagen van de retraite krachtig was. Thay Phap De zei tegen Thay ‘U was lumineus tijdens dit Dharma onderricht’. Alleen jullie oudere broeders en zusters wisten dat Thay ziek was en dat Thay naar het ziekenhuis zou gaan na het einde van de retraite.  Veertien augustus was er een speciale bijeenkomst van de Dharmaleraren, waarin ze ervan op de hoogte werden gesteld dat Thay maandag 17 augustus naar het ziekenhuis zou gaan en dat Thay niet naar Denver zou vliegen om de retraite te leiden. In die bijeenkomst verdeelden de Dharmaleraren de verantwoordelijkheden om de retraite in plaats van Thay te leiden. Iedereen stelde zich beschikbaar, zonder te wachten om daartoe uitgenodigd of gevraagd te worden. De retraite in Stonehill had ook bijna 1000 deelnemers. Behalve de monastieke Dharmaleraren, wist niemand dat Thay de retraite in YMCA, Estes Park niet zou gaan bijwonen, inclusief de monniken en nonnen. Pas toen het bijna tijd was om op de bus te stappen om naar het vliegveld te gaan, wisten de broeders en zusters dat Thay niet met hen mee zou vliegen. Dit was de eerste keer dat zoiets gebeurde: Thay kon de retraite niet bijwonen en de sangha moest de retraite voor Thay leiden. Het organisatie team was zich ervan bewust dat de tijd naderde. Er was niet genoeg tijd om de retraite uit te stellen, want alles was al klaargemaakt, van onderdak, eten, registratie tot vliegtickets; sommigen waren al op weg naar de retraite per auto of bus vanaf andere staten.

Het was wel zeker dat veel gasten teleurgesteld of boos zouden zijn bij aankomst, als ze er achter kwamen dat Thay er niet zou zijn. Veel van hen hadden al jaren Thay’s boeken gelezen en het was voor hen de eerste gelegenheid om Thay te ontmoeten en met Thay te oefenen. Er waren er die hun vrienden en familie hadden beloofd, dat ze na de retraite terug zouden komen om hen te vertellen over hun ervaring met Thay. Hoe groter de hoop was en hoe langer het wachten was geweest, hoe groter de teleurstelling en het verdriet zouden zijn. De monastieke broeders en zusters waren zich daar bewust van toen ze naar Denver vlogen, maar iedereen had genoeg moed om de verantwoordelijkheid te nemen: Dit was een gelegenheid om te bewijzen dat ze het vertrouwen van de Boeddha, de patriarchen en Thay waard waren. De gelegenheid was nu of nooit. Daarom was iedereen vastberaden en zette zijn schouders eronder om de retraite met hart en ziel

te leiden. Zowel de energie als de broederschap en zusterschap waren nog nooit zo stevig en sterk geweest als tijdens deze dagen.

Ondertussen begon de behandeling van Thay in het MGH, het grootste en bekendste ziekenhuis in het noordoosten van de Verenigde Staten. Thay werd opgenomen op 17 augustus en en 21 augustus ’s morgens, schreef Thay een brief aan de bezoekers van de retraite In YMCA, Estes Park, Colorado. In het ziekenhuis werd Thay ervan op de hoogte gesteld, dat veel mensen, zowel leken als kloosterlingen, huilden bij het luisteren naar Thay’s brief die avond. Na het lezen van de brief, riepen de broeders en zusters de naam van de Bodhisattva Avalokiteshavara aan en daarna gaven ze een inleiding op de oefeningen van de gehele retraite. Na de inleiding, beoefende de hele gemeenschap Edele Stilte tot de volgende dag na de lunch. De beoefening van Edele Stilte heeft de retraite ontzettend geholpen.  Veel mensen kregen de gelegenheid om hun teleurstelling en reacties – mentale formaties die opkwamen toen ze het nieuws hoorden dat Thay niet aanwezig was op de retraite- te herkennen en te omarmen. De loopmeditatie van de volgende ochtend, het stille ontbijt en het eerste Dharma onderricht hielpen veel retraitegangers om hun teleurstelling, bezorgdheid en andere negatieve mentale formaties, te omarmen en transformeren.

De brief is nog lang. Thay stuurt jullie later meer…….

Blue Cliff, October 7th, 2009