Op 27 september viel een menigte het Bat Nja klooster in Vietnam binnen met ondermeer veiligheidspersoneel van de overheid. Hierbij zijn 379 monniken en nonnen met geweld uit het klooster verdreven. Zij zijn allen volgelingen van de beroemde boeddhistische leraar en zenmeester Thich Nhat Hanh.
De kloosterlingen zijn uit hun woonplaats gesleept, geslagen, beledigd en seksueel geïntimideerd; ramen en deuren zijn ingegooid, de gebouwen vernield en alle computers en controleapparatuur systematisch vernietigd. Twee monniken zijn zonder aanklacht gearresteerd, hun verblijfplaats is nog steeds onbekend. (november ‘09: Eén verblijft nu in een klooster in Hanoi onder politietoezicht met huisarrest)
De 379 gevluchte kloosterlingen van Bat Nja verkeren nu voor de derde week in onzekerheid over hun verblijf in Phuoc Hue tempel in Bao Loc, 15 kilometer van hun thuis. Ze staan onder strikte controle van en worden 24 uur per dag bewaakt door de religieuze politie die in hun midden is gestationeerd. Maar ze blijven weerstand bieden aan de onophoudelijke – en illegale – pogingen van de regering om hun gemeenschap uiteen te drijven.
Op 10 oktober heeft de Amerikaanse ambassadeur in Vietnam een onderzoekscommissie naar de regio gestuurd. In de Phuoc Hue tempel lieten zij zich niet misleiden door de plotselinge afwezigheid van de geheime politie, die voor die gelegenheid naar het naastgelegen hotel was verhuisd. Noch lieten zij zich op de lege Bat Nja campus voor de gek houden door de regering, die een feestelijke maaltijd aanbood, en door de nieuwe deuren, de vervangen ramen en de nieuw aangebrachte verf.
Op woensdag 14 oktober verklaarde de ambassade dat “het falen van de regering om de monniken en nonnen te beschermen tegen geweldpleging in tegenspraak is met het onderschrijven van de internationaal aanvaarde normen op het gebied van mensenrechten en de rechtsstaat door Vietnam.” Ook de ambassade van het Verenigd Koninkrijk eist deze week een ontmoeting met de regering.
Ondertussen voelen bekende burgers in Vietnam zich beschaamd door het geweld, de minachting voor de rechtsstaat en het gebrek aan transparantie van de overheid. Zij durven zich in steeds grotere getale uit te spreken. Op 5 oktober publiceerden zij een open brief via RFI, VOA en BBC (daar de eigen pers in Vietnam in een wurggreep wordt gehouden). Hierin veroordelen zij het geweld en het falen van de regering om de jonge monniken en nonnen (”de toekomst van het land”) te beschermen. Deze petitie werd geïnitieerd door schrijvers, wetenschappers en hoge leden van de communistische partij. Het begon met 68 grote namen en deze week is het aantal gestegen tot 300.
Het is opmerkelijk dat in dezelfde week waarin negen mensen zijn opgesloten als ‘dissidenten’’, zoveel publieke persoonlijkheden het hebben aangedurfd om hun verontwaardiging uit te spreken.
Op 7 oktober verbrak de regering van Vietnam het stilzwijgen over de aanvallen. Zij koos ervoor om hierover te publiceren in het zeer goed verkopende jongerentijdschrift Thanh Nien, een van de grootste tijdschriften in Vietnam. Dit toont de angst van de regering aan voor de populariteit van het Bat Nja klooster onder goed opgeleide jongeren.
Geen geweld?!
In haar verklaring beweert de regering schaamteloos dat meldingen van geweld op 27 september “volstrekt bezijden de waarheid” zijn, en dat “de politie beslist geen kloosterlingen van Bat Nja heeft gearresteerd of geslagen.”
Toch
- is het geweld bevestigd, zowel in het verslag van de officieel gevestigde Boeddhistische Kerk van Vietnam over de gebeurtenissen van 27 september (doc. no.418/VT/BTS, 6 oktober ‘09), als in de open brief van bekende burgers en de Amerikaanse ambassade.
- zijn ambtenaren en lokale politieagenten geïdentificeerd en bij name genoemd door getuigen als aanwezigen bij de gebeurtenissen, waarbij zij aanwijzingen gaven en deelnamen aan de aanvallen.
- zijn de twee oudste broeders, Pháp Hoi en Pháp Sy, zonder aanklacht in hechtenis genomen en wordt een derde broeder, Pháp Tu, nog steeds vermist. De kloosterlingen van Bat Nja verzoeken de regering om te helpen hen te vinden.
De oorzaak van de verontwaardiging in Vietnam en het groeiende aantal verzoeken is dat de regering zelfs bij een dergelijk geweld helemaal niet ingrijpt om de veiligheid en de fundamentele rechten van haar eigen burgers te beschermen.
Intern geschil of hardhandig optreden van de regering?
De overheid stelt dat de gedwongen ontruiming slechts “een intern geschil” was, dat is ontstaan nadat de abt van het Bat Nja klooster, de Eerwaarde Duc Nghi, “van gedachten veranderde” over zijn steun aan de jonge monniken en nonnen.
Maar als het slechts een intern geschil is, waarom heeft de regering dan
- op 17 september al haar Nationale Frontorganisaties gemobiliseerd met als bevel om “met alle middelen” de monniken en nonnen uit Bat Nja te verwijderen? (Uitgelekt memo No.789/UBND)
- in juli 2009 de vraag genegeerd van hoge monniken van de Boeddhistische Kerk om langs de normale wettelijke kanalen degenen te vervolgen die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige aanslagen die eind juni plaatsvonden?
- sinds oktober 2008 de verblijfsvergunningen niet meer vernieuwd, ondanks het feit dat naar behoren aan al het papierwerk is voldaan, en ondanks het feit dat de monniken en nonnen volledig worden gesteund door de Boeddhistische Kerk van Vietnam?
En waarom blijft de regering nu
- eisen dat de monniken en nonnen uiteen gaan? In het rapport van 6 oktober is volgens de Boeddhistische Kerk van Vietnam deze eis in strijd met de Vietnamese wet, die hun recht erkent om samen te oefenen. De wens om de groep zelfs vanuit de Phuoc Hue tempel uiteen te drijven (waar ze van harte welkom en beschermd zijn) bewijst dat de groep zelf kennelijk het probleem is, en niet hun aanwezigheid in het Bat Nja klooster. Dit is een expliciete aanval van de regering op hun fundamentele recht om hun religie als gemeenschap te beoefenen.
- de aanbevelingen van 6 oktober van de Boeddhistische Kerk van Vietnam naast zich neerleggen? De Boeddhistische Kerk bevestigt dat er geweld is uitgeoefend, stelt dat de kloosterlingen van Bat Nja het recht hebben op hun beoefening en dat zij juridisch gelegitimeerd zijn om dit te doen, en roept de regering op om een plek voor hen te helpen vinden waar zij veilig en gezamenlijk kunnen beoefenen.
Bovendien
- heeft de Eerbiedwaardige Duc Nghi in twee verschillende (op band opgenomen) verklaringen gesteld, vanwege extreme druk door de centrale overheid, om de kloosterlingen die oefenen volgens de traditie van Plum Village.te verdrijven
- onthult de interne memo van de regering op 29 oktober 2008 (doc. no.1329/TGCP-PG) dat het beleid van de centrale overheid erop gericht was om de kloosterlingen van Bat Nja die de traditie van Plum Village volgen, te verdrijven. Dit als direct gevolg van de grieven van de overheid tegen de Plum Village gemeenschap in Frankrijk. In dit document wordt Thich Nhat Hanh onder meer veroordeeld voor de publicatie van zijn aanbeveling, die hij daarvóór privé aan de president van Vietnam had gedaan, dat Vietnam haar religieuze politie ontbindt en haar controle op de religie stopzet. Thich Nhat Hanh verzocht om:
- ” Alstublieft religie los zien van de politiek en de politiek los van religieuze zaken.
- Houd alstublieft op met alle toezicht op religieuze activiteiten door de overheid, ontbind
- het regeringsdepartement voor Religieuze Zaken, maar vooral: ontbind de religieuze politie.
- Alle religieuze gemeenschappen moeten vrij zijn in overeenstemming met de huidige wet-
- en regelgeving, net als alle culturele, commerciële, industriële en sociale verenigingen.”
- Na deze “onrechtmatige schending van gouvernementele geheimhouding betreffende bepaalde aangelegenheden van het land” stelt de memo dat de verblijfsdocumenten van de kloosterlingen niet langer bekrachtigd dienen te worden, zodat zij “niet langer een campus hebben met de vereiste wettelijke status voor verblijf en zij het Bat Nja klooster moeten verlaten.”
Monniken en nonnen illegaal verklaard op willekeurige wijze
De regering beweert dat de kloosterlingen van Bat Nja geen tijdelijke verblijfsvergunningen hebben aangevraagd en op een zodanige wijze hun religie beoefenen dat zij “in strijd handelen met de regelgeving inzake administratieve procedures in Vietnam en de regels en het handvest van de Boeddhistische Sangha van Vietnam”.
Deze vermeende onrechtmatigheid is een handige fictie, gecreëerd door de overheid.
Deze monniken en nonnen, allen geboren en getogen Vietnamese burgers, beoefenen al vier jaar hun religie op vreedzame wijze te midden van publieke belangstelling. Ze waren legaal toen ze namens de eerwaarde Thich Nhat Hanh werden gewijd door de abt, legaal toen ze een miljoen dollar aan investeringen in de gebouwen en grond van Bat Nja aantrokken, en legaal toen ze trots door de overheid werden geparadeerd voor duizenden toeschouwers op de internationale UNESCO Wesak viering in 2007. Als ze nu niet legaal zouden zijn is het eenvoudigweg omdat de communistische regering op willekeurige wijze heeft besloten dat ze niet legaal zijn.
Geautoriseerd om hun religie te beoefenen
Documenten bewijzen dat de kloosterlingen van Bat Nja tot 2010 gerechtigd zijn om het boeddhisme te beoefenen volgens de leer van Plum Village (doc. No.525/TGCP-PG van de centrale overheid en No.212/CV/HDTS van de door de regering geïnstalleerde Boeddhistische Kerk van Vietnam).
Legaal verblijf in het Bat Nja klooster
Documenten bewijzen dat de kloosterlingen volgens alle criteria legaal verbleven in Bat Nja (No.188/BTS van de Boeddhistische Kerk van Vietnam). NB: het Bat Nja klooster is niet het eigendom van de abt zelf (monniken hebben geen eigen bezit), maar van de Boeddhistische Kerk van Vietnam.
Dit document 188/BTS is de sterkst mogelijke steunbetuiging door de uiteindelijke eigenaar van het Bat Nja klooster, de door de staat erkende Boeddhistische Kerk van Vietnam.